Gevelstenen accordeon

Written by Boudewijn on 09 november 2017

Bremers Houthandel

Bremers Houthandel

Bremers Houthandel

In 1874 kochten de gebroeders Willem en Cornelis Bremer de molen Het Fortuin om op dat terrein een houtzagerij te beginnen. Vanwege de aanleg van de verhoogde spoorbrug moesten zij in 1903 het terrein verlaten. Zij vestigden zich zo een honderd meter zuidelijker aan de Friese Varkensmarkt waar een schildering aan de muur aan het verleden herinnert.

Goldersgreen

Goldersgreen

Goldersgreen

Landhuis "Goldersgreen" werd gebouwd door de broer van de architect F.H. van Loghem. Goldersgreen is de naam van het voorstadje van Londen waar de vrouw van F.H. vandaan kwam. Op de gebeeldhouwde gevelsteen is de naam van het landhuis in een lettertype uit de jaren twintig aangegeven. 

De zonnewijzer is in opdracht van de huidige bewoner aangebracht. De blokvormige architectuur en het gecombineerde materiaalgebruik zijn kenmerkend voor Van Loghems ontwerpen uit het begin van de jaren twintig. Sinds 1984 prijkt "Goldersgreen" op de monumentenlijst. 

(Met de fiets langs van Loghem, Wim de Wagt )

Bruiningshofje

Bruiningshofje

Bruiningshofje

Uit 1610 is het Bruiningshofje op de Botermarkt nummer 9. Zeer weinig stadgenoten zullen bekend zijn met dit kleine, uit slechts vijf huisjes bestaand hofje. De toegang via een zeer smal volkomen ingebouwd steegje, is dan ook heel moeilijk te vinden.
Gesticht door Jan Bruininck, die voor de bouw het achter erf van zijn weefwinkel afstond, kreeg het hofje al spoedig een uitsluitend doopsgezind karakter; een en ander als gevolg van een later toegevoegde aanvullende clausule in de oorspronkelijk niet geheel als zodanig bedoelde beschikking van de erflater.
Het rustieke hofje is in 1936 fraai gerestaureerd.
Het toegangspoortje heeft een gevelsteen met de vermelding van bouw- en restauratiejaar, alsmede de naam van de stichter.

(Zeven Eeuwen Haarlem - Jan Hoeben).

Lees meer...

De Witte Hondt

De Witte Hondt

De Witte Hondt

Een mysterie, niemand weet waar hij vandaan komt wanneer en waarom hij geplaatst is, maar zeker niet in 1863.  

Lees meer...

Sint Joris

Sint Joris

Sint Joris

Ook wel bekend als Het Veerhuis van Amersfoort, stond, gezien het jaartal op de gevelsteen, reeds in 1570 bekend als SINT JORIS. Deze steen, voorstellende SINT JORIS op het moment: dat hij de draak doodt, is één van de oudste nog bestaande gevelstenen in Haarlem. Joris (eigenlijk heette hij Georgius) was veldoverste ten tijde van de Romeinse keizer Diocletianus (284-305).

 

Lees meer...

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Geen info

Wolff

Wolff

Wolff

Gemaakt in opdracht van de eigenaresse van het pand Bakenessergracht 41 door: Nicola Meerburg (te Barcelona). 

Gevelsteen is gemaakt ter nagedachtenis aan Ir. D.H. Wolff, die het pand van 1998 t/m 2002 restaureerde.

Lees meer...

1696

1696

1696

Geen info

De Hoop

De Hoop

De Hoop

Oorspronkelijk zat deze steen in de Leidsestraat 67 te Amsterdam. Ook hier was De Hoop hoogstwaarschijnlijk in gezelschap van de Liefde en het Geloof.

De steen moet na 1928 naar Haarlem zijn verhuisd. Want in 1928 komt hij nog in het perceel Leidsestraat 67 voor op een monumentenlijst voor Amsterdam. 

(Gevelstenen van Haarlem Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Lees meer...

Palm en Lammens

Palm en Lammens

Palm en Lammens

Het huis Palm en Lammens staat in oude opdrachtsbrieven vermeld als: Het huis van ouds genaamd Emaus naar Pieter Gijsbertsz. Emaus die er van 1628 tot 1652 eigenaar van was. 

In de zeventiende eeuw is het huis verbouwd door Franqois Palm, getrouwd met Jacoba Lammens, dochter van de burgemeester van Axel. De naam Palm behoorde tot een deftig Haarlems geslacht. Franqois was de zoon van de leenman van Kennemerland.

Een zware natuurstenen attiek (borstwering boven de kroonlijst van een gebouw), dragende op consoles met stijlen en panelen en geflankeerd door vazen, heeft als bekroning de wapens van het echtpaar Palm-Lammens; respectievelijk een palmboom op een vlak veld met drie vogels en een schild met drie lammeren, doorsneden balk met drie bloemen. Verder een harnas waaruit een schaap opzij kijkt. Het geheel omsloten door lofwerk.

Gevelbeeld naam onbekend

Woonstichting Patrimonium

Woonstichting Patrimonium

Woonstichting Patrimonium

Geen gegevens

De Appelaar

De Appelaar

De Appelaar

Gevelsteen D APPELAAR zat boven poort van de Nauwe Appelaarsteeg waar de naam vandaan komt is niet bekend. Alleen in het huis rechts zat vroeger de jeugdvereniging “Naest dAppelaar”. 

De steen afkomstig uit het perceel Damstraat 15 – 17 wat deel uit maakte van het voormalige Enschede complex. Dit complex is in 2000 gesloopt t.b.v. de nieuwbouw aan de Damstraat van een ondergrondse parkeergarage, de nieuwbouw van het gerechtsgebouw. 

In het gerechtsgebouw heeft de stenen weer een plaatsje gekregen net als de steen DAMSTEEG. De steen is links van de hoofdingang geplaatst. Niet ver van zijn oorspronkelijke plek Wethouder dhr. Jur Visser verrichte op 31 maart 2005 de eerste handeling voor het plaatsen van de steen. Maar deze is op 12 april 2005 pas officieel geplaatst.
 

Haarlemmerolie

Haarlemmerolie

Haarlemmerolie

In dit pand was oorspronkelijk de fabriek voor Haarlemmerolie van Waaning Tilly gevestigd. Haarlemmerolie is een volksgeneesmiddel uit kruiden en zwavel, dat al meer dan 300 jaar bekend is. Het middel zou in 1696 zijn uitgevonden door de Haarlemmer Claes Tilly. 

Boven het middelste raam is een tegeltableau met het opschrift Fabriek der OPRECHTE HAARLEMMEROLIE GEBRS WAANING. De top bevat een gevelsteen met een lijst in de vorm van een gezwenkte boog. Op de steen is het jaartal 1696 vermeld, dat verwijst naar de uitvinding van de Haarlemmerolie door Claes Tilly.

Inventarisatie/beschrijving : drs. C.J.B.P. Frank & drs. J.H.J. van Hest

Gebouw Zegeling

Gebouw Zegeling

Gebouw Zegeling

In maart 1951 kreeg het architecten bureau A.A. Kok & Zn opdracht het gebouw te ontwerpen. In september 1952 werd het werk gegund. Op 1 september 1954 wordt het gebouw opgeleverd. 

De figuren in de gevel aan de Bakenessergracht vertonen een merkwaardige gelijkenis met vignetten uit een serie van dertig zeventiende-eeuwse houtsneden, in het bezit van het museum Enschede.

Lees meer...

De Waag

De Waag

De Waag

De Waag werd in 1595 gebouwd door mr. Willem Tybout en mr. Cornelis Corneliszoon van Haarlem, als vervanger van een ouder voor dit doel niet meer geschikt bevonden bouwsel. Op verzoek van de toenmalige stedelijke regering, werd aan genoemde bouwmeesters de opdracht verleend, tot het maken van drie ontwerpen voor het nieuwe gebouw. Voor deze veel omvattende arbeid werden zij beloond met een bedrag van vierentwintig gulden. Cornelis Corneliszoon, kunstschilder bekend als de maker van het uit 1591 daterende (tot de collectie van het Frans Halsmuseum behorende) even immense als gruwelijk doek ,,De kindermoord van Bethlehem" heeft in samenwerking met mr. Tybaut onder invloed van de Italiaanse kunst, de stijl van de toen-malige Florentijnse paleizen willen benaderen. 

De bouwers zijn hierin ten dele geslaagd en hebben in de voornaamste structuurlijnen, de intenties van de grote Italiaan Palladio, wel weten te imiteren. Andrea Palladio (1508-1580), veelzijdig architect, is van zeer grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de Europese bouwkunst. Hij bestudeerde te Rome de antieke bouwkunst en was een groot kenner van de geschriften van Vitruvius, een Romeins bouwmeester, die een werk in tien delen heeft geschreven over architectuur, opgedragen aan keizer Augustus en uitgegeven in het jaar 25 voor Christus. Palladio, die Vitruvius werken tot voorbeeld voor zijn eigen creatieve arbeid koos, bouwde voort op de antieke Romeinse traditie, hetgeen leidde tot het zogenoemde Palladiaanse klassicisme. Palladios grootste kracht ligt in de bouw van voorname stads- en landhuizen, waarvan de z.g. Villa Rotonda bij Vicenza vermaard zijn. 

Dat de renaissance nog heel wat anders kan betekenen dan een vaak zwakke poging, de klassieke oudheid te laten herleven, heeft Palladio door zijn bouwtrant op schone wijze bewezen. Een typisch detail van zijn bouwwijze de blokvormige opstapeling van natuursteen vinden wij in de Haarlemse Waag consequent toegepast met de blauwgrijze Namense steen. Het gebouw heeft een fors geprofileerde portiek met daarboven een zware deklijst als afsluiting van de onderverdieping. Daarboven ziet u drie ramen met kruiskozijnen, waarvan het middelste is bekroond met een driehoekig en de beide andere met segment-vormige frontons. (Kunnen we hier de hand van Lieven de Key niet aflezen?). De gevel die door verscheidene doorlopende natuursteenbanden fraai wordt gebroken, heeft in de bovenste verdieping zogenoemde tweelichten met rondbogen. 

Hiertussen ziet u in de zuidgevel Damstraat het Hollandse wapen (een leeuw met opgeheven zwaard met daaronder het jaartal 1595) en aan de oostgevel“ Spaarne het oude Haarlemse wapen, gehouden door twee saterachtige figuren. Daaronder vindt u evenals op de gevels van het stadhuis en de Vleeshal de veel voorkomende zinspreuk: Vincit vim Virtus  (De deugd heeft het geweld overwonnen). Het gebouw wordt bekroond door een kroonlijst op consoles waarop een puntdak met lucarnes (dakvenster) met sierlijke loden spitsen en een fraaie windvaan. 

(Zeven Eeuwen Haarlem -Jan Hoeben) 

De Blaeuwe Fonteijntgen

De Blaeuwe Fonteijntgen

De Blaeuwe Fonteijntgen

De gevelsteen DE BLAELWE FONTEIJNTGEN, Gedempte Oude Gracht 121, hoort niet op dit adres thuis, maar is afkomstig van Nieuwe Groenmarkt 4, Het pand op de Gedempte Oude Gracht is pas in 1899 gebouwd, in welk jaar ook de steen is geplaatst. Al in 1592 wordt DE BLAEUWE FONTEIJNTGEN als huisnaam genoemd op de Nieuwe Groenmarkt, in die tijd nog behorende bij het Krocht. Toen woonde hier Hendrick Cornelis, van beroep kalckenbereyder. In de 17de eeuw werd dit pand bewoond door o.a. een baljuw, een smid en een makelaar.

Dit is De Gout Smids Camer

Dit is De Gout Smids Camer

Dit is De Gout Smids Camer

Hier huisde de Goudsmidsgilde. 

Vereeniging St. BAVO

Vereeniging St. BAVO

Vereeniging St. BAVO

Geen informatie beschikbaar

Lees meer...

In Den Hertog van Bradenborgh

In Den Hertog van Bradenborgh

In Den Hertog van Bradenborgh

Op de gevel van Damstraat 23 staat, volgens de begeleidende tekst, het portret van de Hertog van Brandenborgh. De gevelsteen is aangebracht in 1610 en herinnert aan een gebeurtenis uit 1602, toen Joachim Ernst van Brandenborgh een bezoek aan de stad had gebracht. Deze Joachim was overigens geen hertog, maar markgraaf van Brandenburg. Wel was hij hertog van Pommeren. 

De ontwerper van de steen was blijkbaar niet zo goed van deze staatsrechtelijke constructie en heeft de twee titels door elkaar gehaald. De tekstband, die over de volle breedte van de gevel loopt, bevat een tekst, die ook bij DE VERLOREN ZOON in de Warmoesstraat aanwezig is: Si deus-Pronobis-Quis-Contra-Nos, is godt met ons wie mach tegen ons, met de toevoeging 1610. 

(Gevelstenen van Haarlem – Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Simson

Simson

Simson

Geen informatie beschikbaar.

Vergulde Brasem

Vergulde Brasem

Vergulde Brasem

Een verbouwde halsgevel uit 1640. Dit huis behoorde in zijn oorspronkelijke staat tot de allermooiste voorbeelden van een vroege halsgevelbouw in Haarlem en kreeg bekendheid.onder de naam: ,,De vergulde brasem".

In de eerste helft van de achttiende eeuw werd dit pand door de bouwer Hieronimus Haring voor het eerst op ingrijpende wijze verbouwd. In deze toestand zou dit huis tot woning dienen van de bekende dr. C. Ekama. De door guirlandes omsloten vooruitspringende middentravee wordt gebroken door een eveneens uit 1640 stammende gevelsteen, waarop een afbeelding staat van een brasem op een zwart veld in een cartoucheachtige omlijsting. 

De steen heeft oorspronkelijk de gevel gesierd van het allereerste huis op deze plaats in 1640. Bij een der vele verbouwingen van dit pand, is de gevelsteen terecht gekomen in het Frans Halsmuseum en daar ingemetseld geweest in een buitenmuur van de kleine binnenplaats. Nu prijkt hij opnieuw in het front van het zojuist besproken huis op een véél te veel de aandacht vragende latei. Wat de gevel van het huis zelf betreft, deze is met adaptatie aan een moderne tijd grondig gerestaureerd door architect J.J. van der Linden.

Lees meer...

School

School

School

Geen informatie

Zon, Maan en Sterren

Zon, Maan en Sterren

Zon, Maan en Sterren

Bewoner/eigenaar heeft deze steen ontworpen en gehakt een verbeelding van de familienaam Steets ( ook wel vroeger Steeds geschreven). 

Het is een replica van een oude steen. De zon, maan, sterren, lucht en water zijn er Steet(d)s. Datum plaatsing 15 juli 2003.

Lees meer...

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Geen informatie beschikbaar

Ynt Cassteel der Sielen

Ynt Cassteel der Sielen

Ynt Cassteel der Sielen

Het hoekpand aan de Antoniestraat 65/Burgwal 100 is een voorbeeld van de bedrijfs- en winkelbebouwing, en werd blijkens een gevelsteen herbouwd in 1885. Bekend was dat in het pand in 1874 een smederij was gevestigd. 

De gevelsteen, met een cartouche, vermeldt bovendien in de banderol de naam van het pand ynt cassteel dersielen. Deze naam zal zijn afgeleid van de voorgaande bebouwing. Het object werd opgezet met drie bouwlagen, en fungeert als een markant focuspunt. 

Dit wordt onderstreept door de afgeschuinde hoekzijde met winkelingang. Men voerde het pand uit in Neorenaissancetrant, met segmentbogen en strekken, hoekblokken, geboorte- en sluitstenen. De brede gevel aan de zijde van de Burgwal kreeg een fors timpaan, ter bekroning van een risaliet.

Lees meer...

Gevelsteen naar begrafenisverzekering De vrijwillige Liefdebeurs

Gevelsteen naar begrafenisverzekering De vrijwillige Liefdebeurs

Gevelsteen naar begrafenisverzekering De vrijwillige Liefdebeurs

Hoek Lange Begijnestraat, een heel mooi gerestaureerd huis naar een in het gemeentearchief aanwezige tekening van H. P. Schouten uit de 2de helft van de 18de eeuw. Vooraanstaande Haarlemmers hebben dit huis bewoond, o.a. Mr. Dammas Guldewagen, die in 1658 gemeentesecretaris was.

De herbouw is begonnen in september 1971, door het aannemersbedrijf Hillen en Roosen, onder supervisie van architect H. F. Rappange. Op 6 oktober 1972 viel de officiele opening. Eigenaar is Stadsherstel. Een gevelsteen, vervaardigd door de beeldhouwer J.H. van Borssum Buisman, herinnert aan de relatie met het in de nabijheid gevonden gebouw van de oude begrafenisbos De vrijwillige Liefdebeurs

Lees meer...

De Lijnwaadpakkerij

De Lijnwaadpakkerij

De Lijnwaadpakkerij

Aangebracht door textielbedrijf Snep. De steen laat het interieur zien van een Lijnwaadpakkerij, ofwel een linnenpakkerij. De rechter figuur is de klant , die een handeltje sluit met de eigenaar van de zaak, terwijl twee andere linnen uit een ton halen en het verpakken in een gereed staande kist. Laken werd in die tijd vaak verpakt in tonnen zodat grote hoeveelheden rollend konden worden verplaatst. 

Het vogeltje in het wapenschild stelt een Snip of Snep voor en verwijst naar de familie Snep, die in het achterliggende pand in de Schaggelstraat een textiel bedrijf had. Later is de zaak overgenomen door de Haarlemse firma Rookmaker. 

(Gevelstenen van Haarlem Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Doopsgezinde Kerk

Doopsgezinde Kerk

Doopsgezinde Kerk

Het Doopsgezinde kerkcomplex in het centrum van Haarlem bevindt zich tussen Grote Houtstraat, Peuzelaarsteeg en Frankestraat. De kerk zelf staat midden in het complex, de huizen er omheen zijn in de loop der eeuwen in bezit gekomen van de Doopsgezinde gemeente. Veel woonhuizen in de Frankestraat en Peuzelaarsteeg zijn afgebroken om plaats te maken voor bijvoorbeeld catechisatiekamers, een gemeentezaal en kantoorruimte. In het begin van de vorige eeuw zijn de steegjes langs de kerk en het binnenpleintje naast de kerk overdekt. Sindsdien kan men alleen via de daklichten een blik werpen op de buitenmuur van de kerk. De kerk van de Vereenigde Doopsgezinde gemeente Haarlem is gebouwd in 1683 in Hollands classicistische stijl. Het is een schuilkerk die niet vanaf de straat te zien mocht zijn. De kerk heeft in elke hoek een ingang. Oorspronkelijk waren deze kerkingangen slechts via twee smalle steegjes in de Peuzelaarsteeg te bereiken. In 1717 werd een poort gebouwd in de Frankestraat. Naarmate de 18e eeuw vorderde kregen de Doopsgezinden in Haarlem steeds meer aanzien en in 1757 vond een aantal welgestelde leden dat het tijd was voor een deftiger toegang. Zij bekostigden de bouw van een grote en voor Doperse begrippen opvallende poort in de Grote Houtstraat (nr. 43). Tegenwoordig is deze toegang in gebruik als expositieruimte "de Gang".In 1902 vond een grote verbouwing plaats. In de Frankestraat werd een aantal woonhuizen afgebroken. Ook de eigen bakkerij, die zich tussen Frankestraat en het kerkgebouw bevond, werd gesloopt om ruimte te maken voor een nieuwe ingangspartij, een kantoor voor de koster, een nieuwe kerkenraadskamer (de Heerenkamer), een vergaderkamer voor het College van Diaconessen (de Dameskamer), een brede gang en een binnentuin.

Als architect werd prof. ir. J.A.G. van der Steur aangetrokken. Hij had de vrije hand en nam in zijn ontwerp elementen op van de Amsterdamse school en Jugendstil. De bouw werd uitgevoerd door de firma Martens en Zoon. Van der Steur liet het geheel aankleden door bekende bedrijven in de kunstnijverheidsindustrie van die tijd: de glas-in-loodramen zijn van ´t Prinsenhof in Delft, de lampen werden vervaardigd door het kunstnijverheidsatelier Amstelhoek en de meubels en naamborden (met ingelegd houtwerk) zijn gemaakt door timmerbedrijf Nederkoorn. Begin jaren ´90 is in de Heerenkamer het behang en de fries met pauwen gerestaureerd, het originele vloerkleed is zorgvuldig gereinigd en het schilderwerk boven de schoorsteenboog is bijgewerkt.

Het wapen van Schotland

Het wapen van Schotland

Het wapen van Schotland

HET WAPEN VAN SCHOTLAND wordt als uithangbord regelmatig vermeld, zoals in een verkoopakte uit 1612, als Rogier Danielsz, vleeshouwer, het huis verkoopt aan Les Sijmonsz, koussebreier. De steen was hier in ieder geval rond 1880 aanwezig, hoewel hij toen verkeerde kleuren schijnt te hebben gehad. 

In 1957 werd de steen in opdracht van de Vereniging Haerlem weer in de juiste kleuren overgeschilderd. 

Barrevoeter

Barrevoeter

Barrevoeter

Een gevelsteen ter herinnering aan de monniken die waarschijnlijk wel blootvoets, maar wel in sandalen liepen.

Lees meer...

St. Bavo1021

De Zwarte Hond

De Zwarte Hond

De Zwarte Hond

De steen werd geflankeerd door twee leeuwenkoppen. Deze bevinden zich met het jaartal 1609 nog in de gevel. 
Vroegste vermelding 1681. Het huis was toen ingericht als ververij. Op foto uit circa 1858 is de steen nog te zien, maar in 1939 was hij verdwenen.

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Rond 1700 onstane gevelsteen.

Lees meer...

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Stenen waren geschilderd, alleen zijn de kleuren in de loop der jaren verloren gegaan. Opgeknapt in mei 2006 door Ripperda Schildersbedrijf, dhr. R.Schooneveldt (uitvoerend schilder).

De verfsoort die hiervoor gebruikt is, is sigma superlatex, de kleurnummers die gebruikt zijn; 0003-06 creme, 0083-06 rood ,0178-06 zwart 0029-06 lichtgrijs.

Voorbeeld van één van de reliëfs:

70F

De Heilige Familie

De Heilige Familie

De Heilige Familie

Madonna (Maria) zittend op bankje en staand Jozef en Jezuskind dat bosje bloemen geeft. 

Geschiedenis
Alida Meijers-van Leeuwen heeft hier gewoond in de periode 1961–1967. Veel katholieke bewoners hadden indertijd een Mariabeeltenis aan de gevel. Alida Meijers-van Leeuwen heeft hier op eigen wijze een invulling aan gegeven.
  
Ander werk in de buurt

  • Gevelversiering kleuterschool (Josephschool?)  in Bloemendaal, aanleiding (ver)nieuwbouw school 1965(?).  Dansende kinderen.
  • Ontwerp Kerstgroep (1965) en onder leiding van Alida uitgevoerd door parochianen van de kerk "Heilige Drieëenheid" in Bloemendaal.


Bron: Walburgis Meijers.

RIO

RIO

RIO

Geen info

Jubileumsteen

Jubileumsteen

Jubileumsteen

Het hoekhuis staat in de Frans Halsbuurt. Alle straten zijn genoemd naar schilders. Heel bekende zoals Frans Hals zelf, maar ook iets minder bekende schilders zoals Grebber, Soutman en dan Berckheyde.

Het idee ontstond een gevelsteen te ontwerpen voor het huis aangezien dit huis 100 jaar oud is geworden in het jaar 2006. Daarom zijn de jaartallen 1906 en 2006 op de steen geplaatst alsmede een penseel een kroontjespen en een potlood. Refererend naar het beroep van Berckheyde maar ook van het beroep van de eigenaresse: zij werkt namelijk op dit adres als illustratrice en maakt tekeningen voor van alle soorten opdrachtgevers, maar met name voor kinderen [o.a. voor schoolboeken en leesboeken].

Lees meer...

Kraaiennest

Kraaiennest

Kraaiennest

De Bakenessercamer

De Bakenessercamer

De Bakenessercamer

De gevelsteen is geplaatst in een poortje naar het achterliggende hofje.

Lees meer...

Brandweer

Brandweer

Brandweer

Geen info

Ned. Ver. van Huisvrouwen

Ned. Ver. van Huisvrouwen

Ned. Ver. van Huisvrouwen

Geen informatie bekend

Lees meer...

Zonnewijzer

St. Elisabeth`s Gasthuis Poort

St. Elisabeth`s Gasthuis Poort

St. Elisabeth`s Gasthuis Poort

In 1581 werd het terrein van het vroegere Minderbroedersklooster, evenals andere onroerende goederen van de rooms-katholieke geestelijkheid, door de Staten van Holland overgedragen aan het stedelijk bestuur. De stad wees dit terrein, gelegen tussen de Kleine Houtstraat en het Groot Heiligland, toe aan de regenten van het St. Elisabeth’s Gasthuis, die hun huis bij een brand in 1576 verloren hadden. Vanaf 1597 werd het klooster als gasthuis gebruikt. Aan het Groot Heiligland werden in ca. 1608-1616 de zgn. ‘Gasthuishuisjes’ gebouwd. Deze waren bedoeld voor de zgn. ‘proveniers’, mensen die tegen betaling onderdak en verzorging genoten, maar werden al kort na de bouw gewoon verhuurd. In deze rij werd in 1612 een poortje opgenomen, waarvan de gevelsteen bewaard is gebleven in een later poortje uit 1767.

Het poortje uit 1767 is een rijksmonument RM 19177. Op de architraaf staat het jaartal MCCLXVII . Het poortje heeft als omlijsting twee vlakke, hardstenen pilasters met architraaf, een gedecoreerd fries en een fronton met vlak timpaan. Het fries is afkomstig van een oudere poort uit 1612 en draagt dit jaartal en het opschrift ‘ST. ELYSABET’S GASTHUYS’. Verder is het vervoer van zieken naar het gasthuis afgebeeld. Binnen de omlijsting is een boog met sluitsteen en langs de rand het opschrift ‘Gravamen corporale / Medicamen spirituale’. In de boogtrommel zijn de gebeeldhouwde wapens van Haarlem en van het St. Elisabeth’s Gasthuis aangebracht. De poort heeft een geprofileerd houten kozijn,  een houten deur met verticale planken en een hardstenen onderdorpel. 

Inventarisatie/beschrijving : drs. C.J.B.P. Frank & drs. J.H.J. van Hest

Onbekend

Onbekend

Onbekend

Geen info

De Schutterij

De Schutterij

De Schutterij

Al in de 15de eeuw waren in Haarlem verschillende schutterijen actief. De leden van deze verenigingen hielden zich bezig met het hanteren van allerlei schiettuig, zoals handbogen, voetbogen en later ook vuurwapens. Vanwege hun grote geoefendheid werden zij in 1570 onderworpen aan het stadsbestuur om de verdediging van de stad op zich te nemen en op te treden als de openbare orde verstoord dreigde te worden. Sindsdien bestonden er twee schutterijen: die van Sint Joris en die van Sint Adriaan. De eerste had haar hoofdkwartier in de Grote Houtstraat, in het complex dat nu bekend staat als het Proveniershuis. De schutters van Sint Adriaan waren gevestigd in de Gasthuisstraat. Hier werd in 1512 een terrein aangekocht, waarop diverse gebouwen verrezen en een schietbaan werd aangelegd. Aanvankelijk werd hier met de boog geschoten, maar al gauw ging men clovers of haakbussen (een soort vuurwapens) gebruiken. 

Het complex stond dan ook bekend als De Cloveniersdoelen. De clovers werden eind 16de eeuw op hun beurt weer vervangen door de zwaardere musketten. Opmerkelijk is dat de schietschijven die voor de oefeningen werden gebruikt, geschilderd werden door de nu wereldberoernde schilder Pieter Jansz Saenredam. Geschoten werd uit een klein houten gebouwtje, voorzien van een borstwering waarop de geweren aangelegd konden worden. Rond 1700 is dit bouwsel afgebroken en vervangen door een stenen bouwwerk, dat heden ten dage, links naast de hoofdingang op het binnenplein, nog overeind staat. De binnenplaats zelf werd gebruikt als marcheer- en exercitieterrein. In het grote hoofdgebouw werden feesten en partijen georganiseerd, waarvan de overvloedige maaltijden van de heren schutters bekend zijn van de schilderijen die Frans Hals hiervan gemaakt heeft. Deze schilderijen waren overigens aan de muren van de grote zaal opgehangen. De zolderverdieping deed dienst als vergaderplaats en werd de Krijgsraadkamer genoemd.

Regelmatig werd het complex vergroot en verfraaid. Zo dateert het hoofdgebouw uit 1563. In 1612 kwam de nieuwe poort naar het binnenterrein gereed. Op deze poort werd een gevelsteen aangebracht, waarop twee gekruiste musketten te zien zijn; de wapens van de schutterij. Drie jaar later werd een soortgelijke afbeelding op een gevelsteen boven een deur in de noordgevel van het hoofd gebouw geplaatst. Naast bijeenkomsten van de schutterij werden diverse andere activiteiten in het hoofdgebouw georganiseerd. Zo was er een schermschool gevestigd en had de Commanderij van Sint Jan hier een tijdelijk onderkomen. In 1802 werd er zelfs een "publiek bal of nacht consert" gehouden. Om beschadiging te voorkomen werden de schuttersstukken van Frans Hals bij deze gelegenheid met zeildoek afgedekt. Waren het niet de nachtelijke feestgangers die een gevaar vormden voor de doeken, dan waren het wel de schutters zelf. Rond 1820 werden zij ervan beschuldigd de schuttersstukken te hebben voorzien van verscheide gaten die verdacht veel leken op sabel- en bajonetsteken. De schutters ontkenden natuurlijk in alle toonaarden, maar om verdere risico`s te vermijden werden de schilderijen toch maar verwijderd en in het stadhuis geplaatst. De schutters moesten meer en meer gedogen dat de gebouwen ook door anderen werden gebruikt.

Zo werd er in 1832 een tentoonstelling georganiseerd door de Nederlandse Huishoudelijke Maatschappij van Planten en Gewassen en de grote zaal werd gebruikt als gymnastiekzaal. De Nederlandse Vereniging tot Bevordering van Koepokinenting kreeg vergunning de gebouwen te gebruiken om hier kalveren re vaccineren. Nadat de grote zaal nog als school lokaal dienst had gedaan, werd deze ruimte in 1891 definitief ingericht als gymnastieklokaal. De schutters hadden alleen de zolder nog als magazijn in gebruik. Tot 1958 bleef de grote zaal zijn sportieve bestemming behouden, maar vanwege bouwvalligheid moest dit gestaakt worden. Vanaf 1972 zijn de gebouwen, na restauratie, in gebruik als stadsbibliotheek. De grote zaal is ingericht als studiezaal en in het voormalige schiethuisje kunnen kranten en tijdschriften worden ingezien. De schutterij was in 1905 al uit het pand verdwenen. Zij was afgedankt en vervangen door de Vrijwillige Landstorm.

(Gevelstenen van Haarlem Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Plaquette Simon de Vries, Rabijn

Plaquette Simon de Vries, Rabijn

Plaquette Simon de Vries, Rabijn

HIER WOONDE SIMON PHILIP DE VRIES
1892 - 1940 RABBIJN VAN DE JOODSE
GEMEENTE HAARLEM GESTORVEN
BERGEN BELSEN 1944 SALM 23:4  

Woonhuis Rabbijn de Vries; zie verder : PINKAS geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland uitgeverij Contact 1985, blz 408. 
In 1985 is deze plaquette aangebracht.

Lees meer...

School voor voorbereidend onderwijs

School voor voorbereidend onderwijs

School voor voorbereidend onderwijs

Geen info

De Craeyenburgh

De Craeyenburgh

De Craeyenburgh

De naamgeving van het pand sluit aan bij de benaming van het vroegere Huis te Crayenest. Een aardig detail is de als een scheepje (kogge) vormgegeven windvaan van de toren. Tegen de torengevel is nog steeds het familiewapen van burgemeester van Haarlem V. Maarschalk te zien (met drie vissen). 

Het friesgedeelte van het hoofdgestel bevat in verguld-ijzeren letters de vermelding: CRAEYENBURGH. De spits wordt bekroond door een bol met een ijzeren windvaan in de vorm van een scheepje. De toren bevat in de derde bouwlaag een klein venster met enkelruits draairaampje. Hieronder bevindt zich het wapenschild van burgemeester C. Maarschalk (drie vissen tegen een blauw veld).

Onbekende krukken

Onbekende krukken

Onbekende krukken

In het poortje boven de deur, bevindt zich de kleinste gevelsteen van Haarlem. Het steentje is slechts 14x12 centimeter groot. De twee afgebeelde krukken verwijzen naar de oorspronkelijke functie van het achterliggende gebouw, dat nu bekend staat als het Frans Halsmuseum. Het complex werd in 1607 gebouwd als Oudemannenhuis en was groot genoeg om 60 mannen te huisvesten. Naast de woonvertrekken beschikte het Oudemannenhuis over een ziekenzaal, keukens, een eigen bakkerij en een slachthuis. In 1810 kreeg het gebouw een andere functie.

De oude mannen verhuisden naar het Proveniershof, waarna Haarlemse wezen hun intrek namen in de slaapzalen. Vanaf 1913 is hier het Frans Halsmuseum gevestigd. Het poortje met het gevelsteentje op de Gasthuisvest gaf toegang tot het slachthuis en het daarnaast gelegen rookhuisje, in de tijd dat het pand nog door oude mannen werd bewoond. 'Het smoken in de poort, galderij of ergens anders...' was streng verboden. Alleen in het rookhuisje was het toegestaan een pijpje op te steken. Naast roken werd hier tevens bier gebrouwen en 'geknipt en geschoren. In de tijd van het Weeshuis had het gebouwtje een minder aangename functie: het was toen strafhok.

In het poortje boven de deur, bevindt zich de kleinste gevelsteen van Haarlem. Het steentje is slechts 14x12 centimeter groot. De twee afgebeelde krukken verwijzen naar de oorspronkelijke functie van het achterliggende gebouw, dat nu bekend staat als het Frans Halsmuseum. Het complex werd in 1607 gebouwd als Oudemannenhuis en was groot genoeg om 60 mannen te huisvesten. Naast de woonvertrekken beschikte het Oudemannenhuis over een ziekenzaal, keukens, een eigen bakkerij en een slachthuis. In 1810 kreeg het gebouw een andere functie.

De oude mannen verhuisden naar het Proveniershof, waarna Haarlemse wezen hun intrek namen in de slaapzalen. Vanaf 1913 is hier het Frans Halsmuseum gevestigd. Het poortje met het gevelsteentje op de Gasthuisvest gaf toegang tot het slachthuis en het daarnaast gelegen rookhuisje, in de tijd dat het pand nog door oude mannen werd bewoond. 'Het smoken in de poort, galderij of ergens anders...' was streng verboden. Alleen in het rookhuisje was het toegestaan een pijpje op te steken. Naast roken werd hier tevens bier gebrouwen en 'geknipt en geschoren. In de tijd van het Weeshuis had het gebouwtje een minder aangename functie: het was toen strafhok.

Zangvogel

Zangvogel

Zangvogel

Geen bijzonderheen bekend

Lees meer...

St. Elisabeth's Gasthuis

St. Elisabeth's Gasthuis

St. Elisabeth's Gasthuis

Molen Hoek

Molen Hoek

Molen Hoek

Geen info

Nova College

Nova College

Nova College

Op 10 juni 1958 legde de deken van Haarlem, W.N. Zijlstra, de eerste steen voor deze school: (destijds) de rooms-katholieke industrie- en huishoudschool Mons Aurea. In 1960 was de bouw voltooid en kon het complex in gebruik worden genomen. Het schoolgebouw werd voorzien van diverse voorbeelden van beeldende kunst, waaronder een in opus sectile uitgevoerd glasmozaiek dat de Mons Aurea verbeeldt. Dit werd vervaardigd door J.B. Lambert Simon (1909-1987) uit Utrecht. 

Deze glazenier was niet onbekend met de Bossche School, en werkte met verschillende vertegenwoordigers ervan samen. Hij was op de hoogte van de theorieen van Dom Van der Laan, en leverde glas-in-lood, glasapplicaties etc. in het gehele land. De kolommen van het trappenhuis, het tochtportaal in de vestibule, en de aula werden voorzien van schilderingen door de Nuenense kunstschilder Albert Rene Jansen. De tengevolge van recente verbouwingen niet meer zichtbare wandschildering in de aula droeg de titel Macht der Muziek. Beeldhouwer Arie Teeuwisse uit Amsterdam maakte de bronzen plastiek Duiventil, die werd geplaatst in de voortuin. 

De twee gekroonde eikels

De twee gekroonde eikels

De twee gekroonde eikels

08B

De steen die tegenwoordig te zien is in de gevel van Bakenessergracht 9, is niet een originele gevelsteen, maar een kopie. De echte TWEE GECROONDE AECKERS bevindt zich sinds ongeveer 1930 in een particuliere collectie in Amsterdam. De kopie is recentelijk in de gevel geplaatst.

Wanneer het origineel op de Bakenessergracht is aangebracht, is niet zeker. Feit is dat de naam De Twee Aeckers al in 1593 voorkwam, toen Quirijn Symonsz Hofflant hier het beroep van brouwer uitoefende. Hij zou de brouwerij hebben geërfd van ene Willem Akers. Hiermee is dan de vermoedelijke naamgever van de brouwerij teruggevonden. Als Quirijn in 1618 overlijdt zet zijn weduwe Margrieta Crijnen de zaak voort, om een jaar later het bedrijf weer aan haar kinderen Symon en Adriaentge Hofflant over te doen. Deze Symon raakt in een moeilijk parket, als hij door een zekere jongedame, Cathalijne Blommertsdr, wordt beschuldigd van aanranding en verkrachting. 

De afloop van dit avontuur is niet bekend. Waarschijnlijk is Symon tot een flinke gevangenisstraf veroordeeld of is hij uit de stad verbannen, want hij komt sindsdien niet meer in de archieven voor. Hij is dus ook niet meer bij de brouwerij betrokken, als deze in 1640 wordt verkocht. De zaak wordt dan afgehandeld door Adriaentge, samen met een andere broer Willem. Het pand gaat over in handen van Frans Barentsz Cousebant. Bij deze overdracht is een uitgebreide beschrijving bewaard gebleven. Het huis wordt dan te boek gesteld als: seeckere schoone en de wel gelegen en de doortimmerde brouwerije ende mouterije met veel ruympte ende gemaecken daarbij uytgaende met een eygen poort inde Sacksteech, met den gereetschappe namentlick ketel, copere ende loode pompe, bequaern om swinters uyt te brouwen, staende ende leggende op de Baeckenessergrafte binnen deser stadt, genaempt de twee gecroonde Aeckers. 

Uit het document blijkt dat De Aeckers inmiddels met een koninklijk teken verrijkt waren: zij droegen nu een kroon. Het vermoeden bestaat dan ook dat de gevelsteen uit de tijd vlak voor de overname door Cousebant moet stammen, daar de kroon in eerdere koopakten niet wordt genoemd. Dit wordt bevestigd door het feit dat de voorgevel uit het begin van de 17de eeuw stamt. De steen zou dan tegelijkertijd met de bouw van de gevel aangebracht zijn. Symon en Adriaentge of broer Willem zouden dan de opdrachtgevers moeten zijn geweest.
Lange tijd heeft het pand dienst gedaan als brouwerij, maar in de 19de eeuw is er Het Fransche Koffiehuis gevestigd.

Lees meer...

De Passerpoort

De Passerpoort

De Passerpoort

Bakenessergracht 84 is voorzien van maar liefst 3 gevelstenen. Hier floreerde eens een van Haarlems bekendste bierbrouwerijen. De oude steen in het poortje, met de voorstelling van een valk, is uit de tijd dat de brouwerij zich nog op het achterterrein bevond. De twee stenen op het hoofdgebouw, een valk en een passer, zijn aangebracht tijdens een verbouwing van het bedrijf in 1726. 

De brouwerij is waarschijnlijk opgericht door Cornelis Garbrants Borst. Hij was hier brouwer van 1590 tot 1645, in welk jaar hij op 26 april het complex verkocht aan Mattheus Steijn als een buys en brouwerye, mouteiye ende erve gestaen en gelegen op de Baeckenessergragt genaempt de Passer ende de Vaick, met de ygendomrne van Brandenburgerpoorte voor de som van 33.000 carolus gulden. Dat de brouwerij goede zaken deed blijkt uit de jaarcijfers over het jaar 1687; de productie was opgelopen tot niet minder dan 15.150 tonnen bier. 

Wie verantwoordelijk is geweest voor de in 1726 uitgevoerde verbouwing en het aanbrengen van de twee nieuwe gevelstenen is niet geheel duidelijk. Misschien was dit Willem van Heyningen, die hier vanaf 1704 het vak van brouwer uitoefende.

In de afbeeldingen valt enige symboliek af te lezen. Zo stond de valk voor het verlangen en zoeken naar het spirituele van de mens. Ook werd deze vogel wel gebruikt als symbool van adel of hoge geboorte. De passer stond voor regeren of beheersen en werd gebruikt als afweerteken van het kwade. Bij de passer staat nog een ander teken afgebeeld, een soort pilaar op een driepoot. Dit teken stelt de mens voor, maar is hier op zijn kop afgebeeld. Op deze wijze wordt de dood gesymboliseerd en zo zou onheil en kwaad afgeweerd worden.

Lees verder....

Lees meer...

Palazzo

Palazzo

Palazzo

Een teksttableau dat een verwijzing is naar de Italiaanse paleizen. De voegen tussen de stenen lijken breder dan ze in werkelijkheid zijn. Door aan de voorkant van de bakstenen een stuk weg te laten, smeert de voeg aan de voorkant breder uit. Dit geeft het effect die veel wordt gezien in oude Italiaanse Paleizen.

In de Kiekkast

In de Kiekkast

In de Kiekkast

Hier heeft fotograaf Dick Boer gewoond tot 2007. Hij was medeoprichter van het fotoblad Focus. De exacte datum van plaatsing is niet bekend, maar navraag binnen de familie leverde op dat de steen er in 1960 ingemetseld is. Er was geen speciale reden voor, de heer Dick Boer vond het gewoon tijd worden om de gedachten die hij hieromtrent al jaren had in uitvoering te brengen. 

Het woord "kiekkast" is een erg gewone benaming voor een fototoestel. Hij vond het leuk om het huis waarin hij met zijn gezin woonde in relatie te brengen met zijn werk voor zijn eigen uitgeverij Focus, waarvan hij sinds 1927 medewerker was, en sinds 1940 directeur, na het overlijden van zijn vader Adriaan Boer in april 1940.

De kiekkast van de gevelsteen is een model fototoestel van rond 1900, een zogenaamde balgcamera, destijds net zo populair als veel later de bekende "box-camera". Omdat alles in zijn werk en ook in zijn vrije tijd in het teken van de fotografie stond vond hij het een leuk idee om aan het huis van zijn gezin deze gevelsteen te plaatsen. Volgens de familie was het ook een aparte manier om de fotografie te promoten, want de steen gaf natuurlijk weer aanleiding om met anderen over de fotografie te spreken. "Fotografie-voor iedereen" was voor de heer Dick Boer een uiterst belangrijk item. 

Int Wapen van Delf

Int Wapen van Delf

Int Wapen van Delf

Volgens het opschrift 1612 moet in dat jaar de gevelsteen INT. WAPEN. VAN. DELF zijn aangebracht op Antoniestraat 33. In de archieven komen echter pas in 1696 gegevens aan het licht, als het pand door Sijti Buijser, weduwe van Cornelis Borst, wordt verkocht. Het huis zou ooit dienst hebben gedaan als herberg, maar in 1875 woonde hier een groenteman.

Lees meer...

Drogisterij van de Pigge

Drogisterij van de Pigge

Drogisterij van de Pigge

Geen

De Son

De Son

De Son

74B

Het gebruik van voorstellingen van een zon is van zeer oude oorsprong en is  overgenomen van Heidense Germaanse Wodanwiel. Het kreeg in het Christendom de betekenis van gerechtigheid. Ook symboliseert de zon Christus als Licht van de Wereld. 

Martin Busker – ontwerper van de afdeling Monumentenzorg Haarlem heeft in opdracht van Monumentenzorg het huis en de steen in 1989 laten restaureren. Het huis heeft een gepleisterde klokgevel met een gevelsteen die ouder is dan de gevel zelf en komt al in 1681 in de archieven voor. De klokgevel dateert uit de 18e eeuw. Bij die verbouwing van het huis is de gevelsteen opnieuw ingemetseld.

DeSchoenmaker

DeSchoenmaker

DeSchoenmaker

De steen is (gemaakt) geplaatst in 1950 in de gevel van de voormalige schoenmakerij van de firma Uittenbogaard.

Gered van sloop

Gered van sloop

Gered van sloop

Oude steen uit 1935 is uit de gesloopte bebouwing bewaard gebleven en in de nieuwbouw, welke er voor in de plaats is gekomen, herplaatst op 4 april 2002 door wethouder Jan Haverkort.

Lees meer...

De Bloempot

De Bloempot

De Bloempot

Dit huis dat bekend is onder de naam De bloempot is gebouwd in 1609 en kreeg  bekendheid als woonhuis van de vermaarde schilder Philip Wouwerman (1619-1668). Een eenvoudige steen met de naam van de kunstenaar die werd aangebracht door Joannes Fronhoff, pastoor van de in 1851 opgeheven rooms-katholieke statie Den Hoeck herinnert ons aan dit feit. 

Het huis dankt zijn naam aan een gevelsteen met de afbeelding van een vaas met bloemen die vroeger was ingemetseld in het middenpenant. Deze steen is helaas verloren gegaan. Ook deze woning is bekend geworden als een voormalige schuilkerk. 

De gevel heeft drie doorlopende cordonbanden en met aanzet- en sluitstenen versierde ellipsbogen boven de ramen. De sluitstenen van de bogen worden geaccentueerd door fraaie maskertjes, terwijl een klein cartouche-achtig steentje het jaartal 1609 vermeldt. (Zeven Eeuwen Haarlem Jan Hoeben)

Lees meer...

Steen met druivenplukkers

Steen met druivenplukkers

Steen met druivenplukkers

Geen informatie bekend

Tadorna

Tadorna

Tadorna

Frederik Hendriklaan 3, steen met de tekst Tadorna. Tadorna is in het Nederlands vertaald: Bergeend.

Steen is in augustus 1950 aangebracht na oplevering woning. De ontwerper en maker van de steen is: H.J. Slijper voormalig leerling van Mari Andriessen.
De heer Slijper woont momenteel in het Rosa Spierhuis te Laren samen met vele bejaarde kunstenaars.

Het Bruine Peert

Het Bruine Peert

Het Bruine Peert

Botermarkt 25 bevat een steen die van elders vandaan komt, hoewel het huis in vroeger dagen ook met een gevelsteen was uitgerust, namelijk INT BRUINE PEERT. Deze was aangebracht door Daniel Sijs, vleijshouder. Vermoedelijk was hij paardenslager. Behalve deze gevelsteen heeft hij ook de nog bewaard gebleven tekstband laten vervaardigen ICK WOUD DAT ICK EEN PEERD COND GECRIJGEN DAT ELCKEEN PREES EN VAN VERACHTEN MOCHT SWIJGEN, INT BRUINE PEERT, ANNO 1609. 

Wanneer de gevelsteen uit het pand is verwijderd is onbekend, maar Allan heeft hem in 1874 al niet meer gezien. In het begin van deze eeuw bevond zich op de gemeentelijke opslag plaats in Het Pand, achter het stadhuis, een gevelsteen met een paard erop. Vermoedelijk dacht men met INT BRUINE PEERT van doen te hebben en besloten werd deze terug te plaatsen in de gevel van het huis op de Botermarkt, toen dit in 1907/9 werd gerestaureerd. Deze steen is echter van een ander adres afkomstig. Lange tijd heeft het de huisnaam van Gedempte Oudegracht 86 aangegeven, namelijk HET HOLLENDE PAARD. 

De bovenzijde van de steen was oorspronkelijk niet recht, zoals nu, maar boog-vormig. Nadat besloten was de steen naar de Botermarkt te verhuizen, moest het bovenste gedeelte van de steen verwijderd worden om onder de ramen van de 1e verdieping te passen. Aan deze transactie heeft de steen nog een duidelijk zichtbare verminking overgehouden. Bij een latere verbouwing is de steen tussen de ramen van de eerste verdieping geplaatst. 

Wanneer en door wie de steen op de gedempte Oudegracht werd aangebracht is niet duidelijk. De eerste keer dat de steen in de archieven wordt vermeld is in 1649, als Jan Meynderts Croonenburg hier het beroep van zwaertveger (wapensmid) uitoefent.

(Gevelstenen van Haarlem Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Lees meer...

Wervel

Wervel

Wervel

Hierover is niet zoveel bekend

Lees meer...

Spaarbank

Spaarbank

Spaarbank

Eveneens aan de noordzijde, nummer 45 a en 47, een ruim 3 eeuwen oud pand dat onder meer bewoond is geweest door twee Haarlemse burgemeesters, n.l. Mr. Jacob Deutz en Elbert Testart. In 1970 in dit huis bijzonder goed gerestaureerd naar tekeningen van architect J. Brouwer uit Aerdenhout.

Een fraaie gemetselde top met cementen versieringen in neo-renaissancestijl is juist en verantwoord. Boven de deurpartij een mooi houten snijraam met toepassing van vormen uit het empire, waarbij wapenschilden van vroegere adellijke bewoners werden verwerkt.

Met een laatste blik op een unieke zware gebogen kroonlijst met een roosvenster in een vatting van guirlanden en festoenen. (Zeven Eeuwen Haarlem  -  Jan Hoeben).

De gekroonde hamer

De gekroonde hamer

De gekroonde hamer

Breestraat 24-26 - een gevel met een bijzondere structuur. Wij hebben hier namelijk te maken met een oorspronkelijk dubbele woning onder een halsgevel. Het huis dat bekendheid kreeg onder de naam "ln den Gecroonde hamer" heeft als dekking een gemetselde rollaag welke eveneens voor de halfcirkelvormige afsluiting dient. 

Fraaie volute vormige aanzetstukken met de vermelding Anno 1688* alsmede twee acanthus rozetten, (waarin uithangborden konden worden aangebracht, zie foto) verlevendigen de hoekpenanten. In de dam tussen de ramen van de eerste verdieping is een gevelsteen aangebracht, waarop een voorstelling van een gekroonde hamer; een steen dus uit het gildetijdperk. 

Het medaillon-achtige veld is door een cartouche-lijst met vleugelornamenten omgeven. "In den Gecroonde hamer" is genoemd naar een smederij die in dit huis in de I7de eeuw werd gedreven door smid Gillis Pieterszoon van Tongeren of Tongerlo. In 1971 is het huis smaakvol gerestaureerd naar een plan van de dienst monumentenzorg, uitgevoerd door aannemer Overdevest uit Haarlem. 

(Zeven Eeuwen Haarlem - Jan Hoeben) 

Onder Dak

Onder Dak

Onder Dak

Geen info

De Ster

De Ster

De Ster

Boven in de gevel, die dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw, is een Davidster te zien. Hier was eertijds ververij DE STER gevestigd. Rond 1638 was Jan Davidts eigenaar van het pand. Daar zijn bedrijfje de naam DE STER droeg lag het voor de hand dat de Davidster zijn handelsmerk zou gaan worden. 

Waarschijnlijk is hij dan ook degene geweest, die de steen heeft laten aanbrengen. De Davidster was als zespuntige sier symbool voor de voltooiing van de schepping van hemel en aarde. Hierbij stelde elke punt een dag voor. 

Honk

Honk

Honk

De villa aan de Churchilllaan 78 (Honk) werd in 1914 gebouwd door de bekende architect J.B. van Loghem (1881-1940). Opdrachtgever was de weduwe G.F. Franken-Kleijn. De sobere bakstenen gevels geven het pand een zakelijk karakter. In de voorgevel werd een gevelsteen geplaatst met de naamsvermelding van het huis en de voorstelling van een honkvast op zijn nest zittende vogel. 

Deze in muschelkalkzandsteen uitgevoerde siersteen werd gemaakt door de Haarlemse beeldhouwer Jan Bronner (1881-1972), die meermalen samenwerkte met Van Loghem. Links in de eerste bouwlaag bevindt zich een hardstenen hoeksteen met tekst: 

DE EERSTE STEEN /WERD GELEGD DOOR /A.L. VAN LOGHEM- /FRANKEN 
(= aan de zijde van de linker zijgevel), 

27 MAART 14 /J.B. VAN LOGHEM B.I. /BOUWKUNDIGE 
(= aan de zijde van de voorgevel). 

Eigen Haard

Eigen Haard

Eigen Haard

Damsteeg

Damsteeg

Damsteeg

De steen DAMSTEEG zat in de voormalige Damsteeg-poort, welke vermoedelijk moet zijn opgegeven voor de nieuwbouw van het Enschede complex . Hier deed de poort dienst als bedrijfsuitgang. Het kan zijn dat het er zo heeft uit gezien zoals op de steen staat aangegeven. Het kan zijn tot 1924 want daarna is het gebouw rechts gebouwd.


De steen afkomstig uit het perceel Damstraat 15 - 17 wat deel uit maakte van het voormalige Enschede complex. Dit complex is in 2000 gesloopt t.b.v. de nieuwbouw aan de Damstraat van een ondergrondse parkeergarage, de nieuwbouw van het gerechtsgebouw. In het gerechtsgebouw hebben de stenen weer een plaatsje gekregen. DAMSTEEG is nu naast de dienst ingang van het gerechtsgebouw op een paar meter van zijn oorspronkelijke plek terecht gekomen. De steen is door wethouder dhr. Jur Visser officieel onthult op 31 maart 2005.

In Den Rossebaer

In Den Rossebaer

In Den Rossebaer

Botermarkt 13 bevat een gevelsteen waarop twee dieren zijn afgebeeld. Het betreft hier twee muilezels die een soort draagkoets voortbewegen. Dit vervoermiddel diende om voorname personen, in dit geval een dame, te vervoeren. Daar deze baar gedragen werd door twee paardachtige dieren stond het bekend als een rosbaer. Zo luidt ook de ondertitel van de gevelsteen: INDEN ROSBAER 1611. Daarmee is de steen ook gedateerd. 

In tegenstelling tot de theorie dat de steen afkomstig zou zijn uit het pand Lange Vlamingstraat 13, blijkt uit archiefmateriaal duidelijk dat het huis op de Botermarkt al sinds het begin van de 17 de eeuw van deze gevelsteen was voorzien. Zo wordt het in 1631 verkocht, waarbij in de verkoopakte van de gevelsteen melding wordt gemaakt. In 1654 woonde hier Michiel Lievens, coperslager. In de 19de eeuw is het pand drastisch verbouwd. 

De gevelsteen is hierbij gespaard gebleven en in een nieuw kader weer in de gevel geplaatst. In 2009 is de steen opnieuw gepolychromeerd door Olga van der Klooster.

(Gevelstenen van Haarlem Theo Bottelier & Peter van Graafeiland)

Lees meer...